Paviljoens Achmea Campus

De architectuur van de paviljoens reageert op de omgeving. De houten hoofdvorm is een organisch gegroeide ‘knop’ uit het wijd vertakte padenstelsel. Conceptueel is het een moderne blokhut: stand-alone, gemaakt van hout, op een open plek in het bos. Het lyrische gegeven van de open plek wordt het best uitgedrukt in het Duitse woord ‘Lichtung’, waarmee een zinnenprikkelende ervaring wordt geduid. De paviljoens zijn aan de rand van zo’n ‘Lichtung’ geplaatst, waar de conceptuele blokhut is ‘opengewerkt’ en ‘uitgehold’ aan de zijde van de Lichtung. De vergaderkamer ligt als een nis aan de rand van de oase van het licht. 

De paviljoens zijn een uitgeholde monoliet, met een huid van Western Red Cedar en een puur wit interieur. De geabstraheerde uitholling uit de natuurlijke monoliet is geinspireerd door beelden van Barbara Hepworth, waarvan het nabij gelegen Kröller-Müller museum een aantal in de collectie heeft. De buitengevel is als een omsluitende huid gedetailleerd door met ambachtelijk timmerwerk de naden over de verschillende schuinstanden heen te verbinden. De uitholling is in het interieur voelbaar in de afgeronde overgang van vloer naar wand. In het puur witte interieur staat een kolom van een ruwe, vertakte boomstam, waarmee het verband tussen binnen en buiten fysiek gemaakt wordt. 

Zie ook het totaalproject: Achmea Campus Apeldoorn,

W1985 paviljoensGVBF-ADP-ACH-069 (2400x1600)

W1985 paviljoensGVBF-ADP-ACH-318

GVBF-ADP-ACH-315

W1985 paviljoensGVBF-ADP-ACH-313

CF052785 1

W1985 paviljoensDSCF4081

W1985 paviljoensDSCF4068

W1985 paviljoensDSCF4036

W1985_Paviljoen plattegrond en doorsnede

W1985_Paviljoen gevels

  • Apeldoorn
  • Achmea
  • Erik Wiersema, Esmee Bais, Bert Beentjes, Erikjan Cuperus
  • 40 m2
  • 2011